Biografie

Mijn jeugd heb ik buiten Nederland doorgebracht. Of dit gegeven mijn onderwerpkeuze heeft beïnvloed, mag de zielkundige uitmaken. Vast staat dat ik daarom eigen werk in het Engels ben gaan vertalen. En dat dit verleden mij behoedt voor de gevangenis van de zelfgenoegzaamheid.

Klassieke romans met een lyrische ondertoon – met het mes op de keel zou ik mijn werk zó omschrijven. Met historische fictie ben ik in mijn element. Onder het motto: de feiten mogen kloppen, maar de verbeelde wereld moet kloppen.

Mijn debuut Honingvogels speelt in Antwerpen omstreeks 1900; na een onverwacht treffen met een verloren gewaande jeugdvriendin raakt de verteller verzeild in het Onbekende.

Daarna verplaatste ik mij in de Oudheid – de opstand van de Romeinse gebroeders Gracchus, gezien door de ogen en het temperament van een heel on-Romeins type: Skamander, de zoon van een Macedonische rebel die zich verzet tegen het expansionisme van Rome.

Opnieuw heb ik mij bekend tot mijn oude liefde. In historische romans verbeeld ik de menselijke conditie. Graag mag ik op buitenissige schoenen, laarzen of sandalen door andere tijden dwalen en verre gewesten – en de Muze deelt in de vreugde.