logo

De liefdesrechtbank

‘Of je halfbroer Andreas met zijn Traktaat der liefde bijgedragen heeft aan het geluk, casu quo de minne, betwijfel ik. Eén geweldige vondst heeft de wereld wél aan hem te danken: de liefdesrechtbank, de court d’amour ten paleize van gravin Marie. Thomas, heb je die zittingen bijgewoond?’
‘Niet dat ik me heugen kan, Vrouwe.’
‘Geen wonder, ze vonden nooit plaats. Je weet waarvan ik spreek?’ Nu tutoyeerde ze hem; als hij bijgelovig was geweest, had hij er een teken in gezien.
‘Ja, Vrouwe: een visioen van hovelingen en pages die worden gevonnist inzake houding en wellevendheid jegens hun domna.’
‘Zo is het. Ik ben voornemens de liefdesrechtbank – ontdaan van dichterlijke zotternij – in Engeland kracht van wet te geven. Al heeft je broer Andreas het nooit zo bedoeld, je moet hem nageven dat het idee deugt.’

Eleonora sprak tot de verbeelding van velen. Voor de hoofdpersoon is zij een idool. In haar torenkamer komen ze over de ‘minne’ te spreken – de verheven, ongrijpbare liefde die laveert tussen verheven ideaal en onvervulde realiteit… Zoals ook de ‘liefdesrechtbank’ eerder in het ‘rijk van de vrijheid’ dient te worden gezocht dan in het ‘rijk van de noodzaak’ waartoe Eleonora zich veroordeeld weet.